Was dit nuttig?
dedeur
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het het deurtje
1zelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1
Opening in een muur met een paneel dat je kunt openen en sluiten om een ruimte te betreden of verlaten
Voorbeeldzinnen met het woord deur
- "Doe de deur achter je dicht."
- "Hij klopt op de deur."
- "De voordeur is van hout."
Idiomen
- • Met de deur in huis vallen
- • Een open deur intrappen
2zelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1
figuurlijk: mogelijkheid of kans die zich aanbiedt; toegang tot iets nieuws
Voorbeeldzinnen met het woord deur
- "De samenwerking opende de deur naar nieuwe markten voor het bedrijf."
- "Zijn diploma opende deuren die vroeger gesloten waren."
Synoniemen van deur
Idiomen
- • de deur staat open — er is ruimte voor iets nieuws
Veelgestelde vragen over deur
- Wat betekent deur?
- Opening in een muur met een paneel dat je kunt openen en sluiten om een ruimte te betreden of verlaten
- Op welk taalniveau hoort deur?
- Het woord deur hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van deur?
- Synoniemen van deur zijn: ingang, opening, poort.
- Is deur een de-woord of het-woord?
- Deur is een de-woord: de deur.
- Wat is het verkleinwoord van deur?
- Het verkleinwoord van deur is: het het deurtje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij deur
detafel
zelfstandig naamwoord
Meubel met een plat blad waaraan je kunt zitten en eten
hetvenster
zelfstandig naamwoord
Raam (formeel).
dekamer
zelfstandig naamwoord
Afgebakende ruimte in een huis of gebouw
delift
zelfstandig naamwoord
apparaat om mensen van verdieping te wisselen
dehuur
zelfstandig naamwoord
geldbedrag dat je betaalt om ergens te wonen
dehypotheek
zelfstandig naamwoord
lening om een huis te kopen