Was dit nuttig?
hetdak
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het het dakje
De bovenkant van een gebouw die beschermt tegen regen en wind
Voorbeeldzinnen met het woord dak
- "Er ligt sneeuw op het dak."
- "Het dak lekt tijdens de regen."
- "De vogels zitten op het dak."
Idiomen
- • Iets van de daken schreeuwen
- • Een dak boven je hoofd hebben
Veelgestelde vragen over dak
- Wat betekent dak?
- De bovenkant van een gebouw die beschermt tegen regen en wind
- Op welk taalniveau hoort dak?
- Het woord dak hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van dak?
- Synoniemen van dak zijn: plafond, kap, bedekking.
- Is dak een de-woord of het-woord?
- Dak is een het-woord: het dak.
- Wat is het verkleinwoord van dak?
- Het verkleinwoord van dak is: het het dakje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij dak
detafel
zelfstandig naamwoord
Meubel met een plat blad waaraan je kunt zitten en eten
hetvenster
zelfstandig naamwoord
Raam (formeel).
dekamer
zelfstandig naamwoord
Afgebakende ruimte in een huis of gebouw
delift
zelfstandig naamwoord
apparaat om mensen van verdieping te wisselen
dehuur
zelfstandig naamwoord
geldbedrag dat je betaalt om ergens te wonen
dehypotheek
zelfstandig naamwoord
lening om een huis te kopen