Was dit nuttig?
decursus
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2
een reeks lessen over een bepaald onderwerp
Voorbeeldzinnen met het woord cursus
- "Ze deed een cursus Nederlands voor NT2-leerders."
- "De cursus duurde tien weken en werd online aangeboden."
Idiomen
- • een cursus volgen
- • een cursus geven
Veelgestelde vragen over cursus
- Wat betekent cursus?
- een reeks lessen over een bepaald onderwerp
- Op welk taalniveau hoort cursus?
- Het woord cursus hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van cursus?
- Synoniemen van cursus zijn: opleiding, training, workshop.
- Is cursus een de-woord of het-woord?
- Cursus is een de-woord: de cursus.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij cursus
detekst
zelfstandig naamwoord
een reeks geschreven of gesproken woorden met een boodschap
devraag
zelfstandig naamwoord
een zin of uiting waarmee je om informatie vraagt
devrijstelling
zelfstandig naamwoord
ontheffing van de plicht om een les of vak te volgen
deaandacht
zelfstandig naamwoord
de geestelijke aanwezigheid en focus op iets
hetomega
zelfstandig naamwoord
de laatste letter van het Griekse alfabet; symbool voor het …
dezorgcoördinator
zelfstandig naamwoord
medewerker die leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte b…
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen