Was dit nuttig?
dechauffeur
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het het chauffeurtje
iemand die beroepsmatig een voertuig bestuurt, zoals een bus, taxi of vrachtwagen
Voorbeeldzinnen met het woord chauffeur
- "De buschauffeur rijdt elke dag dezelfde route."
- "Ze werkt als taxichauffeur in de avonduren."
Synoniemen van chauffeur
Idiomen
- • Achter het stuur kruipen.
- • Iemand op sleeptouw nemen.
Veelgestelde vragen over chauffeur
- Wat betekent chauffeur?
- iemand die beroepsmatig een voertuig bestuurt, zoals een bus, taxi of vrachtwagen
- Op welk taalniveau hoort chauffeur?
- Het woord chauffeur hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van chauffeur?
- Synoniemen van chauffeur zijn: bestuurder, rijder.
- Is chauffeur een de-woord of het-woord?
- Chauffeur is een de-woord: de chauffeur.
- Wat is het verkleinwoord van chauffeur?
- Het verkleinwoord van chauffeur is: het het chauffeurtje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij chauffeur
decollega
zelfstandig naamwoord
iemand waarmee je samenwerkt op hetzelfde werk of in dezelfd…
hetambacht
zelfstandig naamwoord
een beroep waarbij men met de handen vakkundig producten maa…
deverpleegster
zelfstandig naamwoord
vrouwelijke zorgverlener in een ziekenhuis
dekok
zelfstandig naamwoord
iemand die professioneel eten bereidt in een restaurant of k…
demedewerker
zelfstandig naamwoord
iemand die ergens werkt en deel uitmaakt van een team of org…
deassistent
zelfstandig naamwoord
iemand die een andere persoon helpt bij zijn werk