Was dit nuttig?
hetcadeau
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het het cadeautje
Geschenk dat je iemand geeft bij een feestelijke gelegenheid
Voorbeeldzinnen met het woord cadeau
- "Ze kreeg een mooi cadeau voor haar verjaardag."
- "Hij pakte zijn cadeau langzaam uit."
- "Wat wil jij als cadeau?"
Idiomen
- • Iemand iets cadeau doen
Veelgestelde vragen over cadeau
- Wat betekent cadeau?
- Geschenk dat je iemand geeft bij een feestelijke gelegenheid
- Op welk taalniveau hoort cadeau?
- Het woord cadeau hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van cadeau?
- Synoniemen van cadeau zijn: geschenk, present.
- Is cadeau een de-woord of het-woord?
- Cadeau is een het-woord: het cadeau.
- Wat is het verkleinwoord van cadeau?
- Het verkleinwoord van cadeau is: het het cadeautje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij cadeau
depaasprocessie
zelfstandig naamwoord
Religieuze stoet die met Pasen door de straten trekt, veelal…
deTweede Paasdag
zelfstandig naamwoord
De maandag na Eerste Paasdag; een officiële nationale feestd…
dekerstbal
zelfstandig naamwoord
Ronde glanzende decoratiebel die aan de kerstboom wordt geha…
dekerstkaart
zelfstandig naamwoord
Wenskaart die mensen versturen tijdens de kerstperiode
dekerstvakantie
zelfstandig naamwoord
Schoolvakantie rond de kerstperiode, van eind december tot b…
dekerstpudding
zelfstandig naamwoord
traditioneel Brits dessert met kerst