Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    budgetteren

    werkwoord | Taalniveau: C1

    een begroting opstellen en bewaken

    Voorbeeldzinnen met het woord budgetteren

    • "Ze budgetteerden voor het komende jaar."
    • "Hij budgetteert nauwkeurig voor elk project."

    Vervoeging van budgetteren

    Ik (nu) budgetteer
    Hij/zij (nu) budgetteert
    Wij (nu) budgetteren
    Verleden tijd budgetteerde
    Voltooid deelw. gebudgetteerd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over budgetteren

    Wat betekent budgetteren?
    een begroting opstellen en bewaken
    Op welk taalniveau hoort budgetteren?
    Het woord budgetteren hoort bij taalniveau C1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je budgetteren in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je budgetteren als volgt: ik budgetteer, hij/zij budgetteert, wij budgetteren.
    Wat is de verleden tijd van budgetteren?
    De verleden tijd (enkelvoud) van budgetteren is: budgetteerde.
    Wat is het voltooid deelwoord van budgetteren?
    Het voltooid deelwoord van budgetteren is: gebudgetteerd.
    Gebruik je hebben of zijn bij budgetteren?
    Bij budgetteren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter