Was dit nuttig?
budgetteren
werkwoord | Taalniveau: C1
een begroting opstellen en bewaken
Voorbeeldzinnen met het woord budgetteren
- "Ze budgetteerden voor het komende jaar."
- "Hij budgetteert nauwkeurig voor elk project."
Vervoeging van budgetteren
| Ik (nu) | budgetteer |
| Hij/zij (nu) | budgetteert |
| Wij (nu) | budgetteren |
| Verleden tijd | budgetteerde |
| Voltooid deelw. | gebudgetteerd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over budgetteren
- Wat betekent budgetteren?
- een begroting opstellen en bewaken
- Op welk taalniveau hoort budgetteren?
- Het woord budgetteren hoort bij taalniveau C1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je budgetteren in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je budgetteren als volgt: ik budgetteer, hij/zij budgetteert, wij budgetteren.
- Wat is de verleden tijd van budgetteren?
- De verleden tijd (enkelvoud) van budgetteren is: budgetteerde.
- Wat is het voltooid deelwoord van budgetteren?
- Het voltooid deelwoord van budgetteren is: gebudgetteerd.
- Gebruik je hebben of zijn bij budgetteren?
- Bij budgetteren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij budgetteren
evalueren
werkwoord
beoordelen of iets goed verloopt of verlopen is
rapporteren
werkwoord
verslag uitbrengen aan een leidinggevende of opdrachtgever
coachen
werkwoord
iemand begeleiden bij zijn professionele of persoonlijke ont…
gekwalificeerd
bijvoeglijk naamwoord
beschikkend over de vereiste opleiding, ervaring of certific…
hetdienstverband
zelfstandig naamwoord
de arbeidsrelatie tussen een werknemer en een werkgever
hetpensioenfonds
zelfstandig naamwoord
organisatie die pensioengeld beheert en uitkeert