Was dit nuttig?
debouwmarkt
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2
een grote winkel voor bouwmaterialen en doe-het-zelf
Voorbeeldzinnen met het woord bouwmarkt
- "Hij kocht verf in de bouwmarkt."
- "Op zaterdag is de bouwmarkt druk."
Synoniemen van bouwmarkt
Veelgestelde vragen over bouwmarkt
- Wat betekent bouwmarkt?
- een grote winkel voor bouwmaterialen en doe-het-zelf
- Op welk taalniveau hoort bouwmarkt?
- Het woord bouwmarkt hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van bouwmarkt?
- Synoniemen van bouwmarkt zijn: doe-het-zelfwinkel, bouwwinkel.
- Is bouwmarkt een de-woord of het-woord?
- Bouwmarkt is een de-woord: de bouwmarkt.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij bouwmarkt
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders
deduidelijkheid
zelfstandig naamwoord
de eigenschap van iets wat helder en begrijpelijk is
dedreun
zelfstandig naamwoord
een harde, zware klap of een eentonig, bonkend geluid
hettijdstip
zelfstandig naamwoord
een bepaald moment op de dag
dedwerg
zelfstandig naamwoord
een buitengewoon klein menselijk wezen; ook: een fantasiewez…
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen