Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    debouwmarkt

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2

    een grote winkel voor bouwmaterialen en doe-het-zelf

    Voorbeeldzinnen met het woord bouwmarkt

    • "Hij kocht verf in de bouwmarkt."
    • "Op zaterdag is de bouwmarkt druk."

    Synoniemen van bouwmarkt

    Veelgestelde vragen over bouwmarkt

    Wat betekent bouwmarkt?
    een grote winkel voor bouwmaterialen en doe-het-zelf
    Op welk taalniveau hoort bouwmarkt?
    Het woord bouwmarkt hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van bouwmarkt?
    Synoniemen van bouwmarkt zijn: doe-het-zelfwinkel, bouwwinkel.
    Is bouwmarkt een de-woord of het-woord?
    Bouwmarkt is een de-woord: de bouwmarkt.

    Delen

    Bladeren op letter