Was dit nuttig?
deboom
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
groot, meerjarig gewas met een stam en kroon van takken en bladeren
Voorbeeldzinnen met het woord boom
- "Er staat een oude boom in de tuin."
- "In de herfst vallen de bladeren van de boom."
Idiomen
- • De boom ingaan
- • Geld groeit niet aan de bomen
- • Hoge bomen vangen veel wind
Veelgestelde vragen over boom
- Wat betekent boom?
- groot, meerjarig gewas met een stam en kroon van takken en bladeren
- Op welk taalniveau hoort boom?
- Het woord boom hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van boom?
- Synoniemen van boom zijn: eik, beuk, den.
- Is boom een de-woord of het-woord?
- Boom is een de-woord: de boom.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij boom
debeuk
zelfstandig naamwoord
groot loofboom met gladde grijze schors
deomgeving
zelfstandig naamwoord
de ruimte en omstandigheden rondom iemand of iets
hetfluor
zelfstandig naamwoord
een giftig, bleekgeel chemisch element dat in tandpasta en d…
hetgrind
zelfstandig naamwoord
kleine ronde steentjes gebruikt voor paden, tuinen of als bo…
detulp
zelfstandig naamwoord
lentebloem uit een bol met een kelkvormige bloem
deluwte
zelfstandig naamwoord
een beschutte plek waar de wind niet of nauwelijks komt