Was dit nuttig?
deboer
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het het boertje
iemand die beroepsmatig land bewerkt en dieren houdt voor voedselproductie
Voorbeeldzinnen met het woord boer
- "De boer staat elke ochtend vroeg op om de koeien te melken."
- "De boer verkoopt zijn groenten op de markt."
Synoniemen van boer
Idiomen
- • de boer op gaan
- • als een boer met kiespijn
Veelgestelde vragen over boer
- Wat betekent boer?
- iemand die beroepsmatig land bewerkt en dieren houdt voor voedselproductie
- Op welk taalniveau hoort boer?
- Het woord boer hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van boer?
- Synoniemen van boer zijn: landbouwer, agrariër, tuinder.
- Is boer een de-woord of het-woord?
- Boer is een de-woord: de boer.
- Wat is het verkleinwoord van boer?
- Het verkleinwoord van boer is: het het boertje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij boer
decollega
zelfstandig naamwoord
iemand waarmee je samenwerkt op hetzelfde werk of in dezelfd…
hetambacht
zelfstandig naamwoord
een beroep waarbij men met de handen vakkundig producten maa…
deverpleegster
zelfstandig naamwoord
vrouwelijke zorgverlener in een ziekenhuis
dekok
zelfstandig naamwoord
iemand die professioneel eten bereidt in een restaurant of k…
demedewerker
zelfstandig naamwoord
iemand die ergens werkt en deel uitmaakt van een team of org…
deassistent
zelfstandig naamwoord
iemand die een andere persoon helpt bij zijn werk