Was dit nuttig?
debijscholingscursus
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B2
cursus voor het bijhouden van vakkennis
Voorbeeldzinnen met het woord bijscholingscursus
- "De docent volgde een bijscholingscursus."
- "De school betaalde de bijscholingscursus."
Synoniemen van bijscholingscursus
Veelgestelde vragen over bijscholingscursus
- Wat betekent bijscholingscursus?
- cursus voor het bijhouden van vakkennis
- Op welk taalniveau hoort bijscholingscursus?
- Het woord bijscholingscursus hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van bijscholingscursus?
- Synoniemen van bijscholingscursus zijn: nascholing.
- Is bijscholingscursus een de-woord of het-woord?
- Bijscholingscursus is een de-woord: de bijscholingscursus.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij bijscholingscursus
detekst
zelfstandig naamwoord
een reeks geschreven of gesproken woorden met een boodschap
devraag
zelfstandig naamwoord
een zin of uiting waarmee je om informatie vraagt
devrijstelling
zelfstandig naamwoord
ontheffing van de plicht om een les of vak te volgen
deaandacht
zelfstandig naamwoord
de geestelijke aanwezigheid en focus op iets
hetomega
zelfstandig naamwoord
de laatste letter van het Griekse alfabet; symbool voor het …
dezorgcoördinator
zelfstandig naamwoord
medewerker die leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte b…