Was dit nuttig?
debewoner
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2
persoon die ergens woont
Voorbeeldzinnen met het woord bewoner
- "De bewoners van het gebouw vergaderden."
- "Zij is al tien jaar bewoner van dit huis."
Veelgestelde vragen over bewoner
- Wat betekent bewoner?
- persoon die ergens woont
- Op welk taalniveau hoort bewoner?
- Het woord bewoner hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van bewoner?
- Synoniemen van bewoner zijn: inwoner, huurder.
- Is bewoner een de-woord of het-woord?
- Bewoner is een de-woord: de bewoner.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij bewoner
detafel
zelfstandig naamwoord
Meubel met een plat blad waaraan je kunt zitten en eten
hetvenster
zelfstandig naamwoord
Raam (formeel).
dekamer
zelfstandig naamwoord
Afgebakende ruimte in een huis of gebouw
delift
zelfstandig naamwoord
apparaat om mensen van verdieping te wisselen
dehuur
zelfstandig naamwoord
geldbedrag dat je betaalt om ergens te wonen
dehypotheek
zelfstandig naamwoord
lening om een huis te kopen
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen