Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    bedriegen

    werkwoord | Taalniveau: C1

    iemand opzettelijk misleiden om eigen voordeel te behalen

    Voorbeeldzinnen met het woord bedriegen

    • "Hij bedroog zijn partners door valse cijfers te gebruiken."
    • "Ze voelde zich bedrogen na de ontdekking."

    Synoniemen van bedriegen

    Vervoeging van bedriegen

    Ik (nu) ik bedrieg
    Hij/zij (nu) hij bedriegt
    Wij (nu) wij bedriegen
    Verleden tijd bedroog
    Voltooid deelw. bedrogen
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over bedriegen

    Wat betekent bedriegen?
    iemand opzettelijk misleiden om eigen voordeel te behalen
    Op welk taalniveau hoort bedriegen?
    Het woord bedriegen hoort bij taalniveau C1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van bedriegen?
    Synoniemen van bedriegen zijn: misleiden, oplichten, belazeren.
    Hoe vervoeg je bedriegen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je bedriegen als volgt: ik ik bedrieg, hij/zij hij bedriegt, wij wij bedriegen.
    Wat is de verleden tijd van bedriegen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van bedriegen is: bedroog.
    Wat is het voltooid deelwoord van bedriegen?
    Het voltooid deelwoord van bedriegen is: bedrogen.
    Gebruik je hebben of zijn bij bedriegen?
    Bij bedriegen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter