Was dit nuttig?
bedriegen
werkwoord | Taalniveau: C1
iemand opzettelijk misleiden om eigen voordeel te behalen
Voorbeeldzinnen met het woord bedriegen
- "Hij bedroog zijn partners door valse cijfers te gebruiken."
- "Ze voelde zich bedrogen na de ontdekking."
Vervoeging van bedriegen
| Ik (nu) | ik bedrieg |
| Hij/zij (nu) | hij bedriegt |
| Wij (nu) | wij bedriegen |
| Verleden tijd | bedroog |
| Voltooid deelw. | bedrogen |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over bedriegen
- Wat betekent bedriegen?
- iemand opzettelijk misleiden om eigen voordeel te behalen
- Op welk taalniveau hoort bedriegen?
- Het woord bedriegen hoort bij taalniveau C1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van bedriegen?
- Synoniemen van bedriegen zijn: misleiden, oplichten, belazeren.
- Hoe vervoeg je bedriegen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je bedriegen als volgt: ik ik bedrieg, hij/zij hij bedriegt, wij wij bedriegen.
- Wat is de verleden tijd van bedriegen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van bedriegen is: bedroog.
- Wat is het voltooid deelwoord van bedriegen?
- Het voltooid deelwoord van bedriegen is: bedrogen.
- Gebruik je hebben of zijn bij bedriegen?
- Bij bedriegen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij bedriegen
zweren
werkwoord
een plechtige belofte of eed afleggen
hethoger beroep
zelfstandig naamwoord
procedure waarbij een hogere rechter opnieuw naar een zaak k…
dediefstal
zelfstandig naamwoord
het stelen van andermans bezit
debezwaartermijn
zelfstandig naamwoord
de wettelijke periode waarbinnen bezwaar moet worden ingedie…
debijstand
zelfstandig naamwoord
minimumuitkering van de gemeente voor mensen zonder voldoend…
deinschrijving
zelfstandig naamwoord
het officieel laten registreren van je naam en adres bij een…