Was dit nuttig?
debasisschool
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2 | Verkleinwoord: het het basisschooltje
school voor kinderen van vier tot twaalf jaar, de eerste fase van het onderwijs
Voorbeeldzinnen met het woord basisschool
- "Ze zit in groep zes van de basisschool."
- "Op de basisschool leer je lezen, schrijven en rekenen."
Synoniemen van basisschool
Veelgestelde vragen over basisschool
- Wat betekent basisschool?
- school voor kinderen van vier tot twaalf jaar, de eerste fase van het onderwijs
- Op welk taalniveau hoort basisschool?
- Het woord basisschool hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van basisschool?
- Synoniemen van basisschool zijn: lagere school (verouderd).
- Is basisschool een de-woord of het-woord?
- Basisschool is een de-woord: de basisschool.
- Wat is het verkleinwoord van basisschool?
- Het verkleinwoord van basisschool is: het het basisschooltje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij basisschool
hetexamen
zelfstandig naamwoord
officiële toets waarmee kennis en vaardigheden formeel worde…
deinstroomtoets
zelfstandig naamwoord
toets waarmee het beginniveau van een leerling wordt vastges…
hetproefwerk
zelfstandig naamwoord
schriftelijke toets op school over een beperkt deel van de l…
hetlokaal
zelfstandig naamwoord
ruimte of klaslokaal in een school of gebouw
depen
zelfstandig naamwoord
schrijfinstrument gevuld met inkt
hetrapport
zelfstandig naamwoord
overzicht van behaalde cijfers op school
Gerelateerde taaltips
Het-woorden in het Nederlands: wanneer gebruik je “het”?
Leer wanneer een zelfstandig naamwoord een het-woord is
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.