Was dit nuttig?
debaan
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het het baantje
betaald werk dat iemand regelmatig doet
Voorbeeldzinnen met het woord baan
- "Ze heeft een vaste baan als lerares."
- "Hij zoekt al maanden naar een nieuwe baan."
Idiomen
- • Op de baan zijn
- • Baan vrij maken
- • Een vaste baan hebben
Veelgestelde vragen over baan
- Wat betekent baan?
- betaald werk dat iemand regelmatig doet
- Op welk taalniveau hoort baan?
- Het woord baan hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van baan?
- Synoniemen van baan zijn: werk, job, functie.
- Is baan een de-woord of het-woord?
- Baan is een de-woord: de baan.
- Wat is het verkleinwoord van baan?
- Het verkleinwoord van baan is: het het baantje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij baan
decollega
zelfstandig naamwoord
iemand waarmee je samenwerkt op hetzelfde werk of in dezelfd…
hetambacht
zelfstandig naamwoord
een beroep waarbij men met de handen vakkundig producten maa…
deverpleegster
zelfstandig naamwoord
vrouwelijke zorgverlener in een ziekenhuis
dekok
zelfstandig naamwoord
iemand die professioneel eten bereidt in een restaurant of k…
demedewerker
zelfstandig naamwoord
iemand die ergens werkt en deel uitmaakt van een team of org…
deassistent
zelfstandig naamwoord
iemand die een andere persoon helpt bij zijn werk