Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    acquitteren

    werkwoord | Taalniveau: C1

    een verdachte formeel vrijspreken van alle aanklachten door de rechter

    Voorbeeldzinnen met het woord acquitteren

    • "De rechter acquitteerde de verdachte wegens gebrek aan overtuigend bewijs."
    • "Na drie jaar rechtszaak werd hij volledig geacquitteerd."

    Vervoeging van acquitteren

    Ik (nu) acquitteer
    Hij/zij (nu) acquitteert
    Wij (nu) acquitteren
    Verleden tijd acquitteerde
    Voltooid deelw. geacquitteerd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over acquitteren

    Wat betekent acquitteren?
    een verdachte formeel vrijspreken van alle aanklachten door de rechter
    Op welk taalniveau hoort acquitteren?
    Het woord acquitteren hoort bij taalniveau C1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van acquitteren?
    Synoniemen van acquitteren zijn: vrijspreken, onschuldig verklaren, van rechtsvervolging ontslaan.
    Hoe vervoeg je acquitteren in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je acquitteren als volgt: ik acquitteer, hij/zij acquitteert, wij acquitteren.
    Wat is de verleden tijd van acquitteren?
    De verleden tijd (enkelvoud) van acquitteren is: acquitteerde.
    Wat is het voltooid deelwoord van acquitteren?
    Het voltooid deelwoord van acquitteren is: geacquitteerd.
    Gebruik je hebben of zijn bij acquitteren?
    Bij acquitteren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter