Juist of juiste? Zo zit het!
De buigingsregel van bijvoeglijke naamwoorden uitgelegd met de HET-EEN-truc
Wanneer schrijf je "juist" en wanneer "juiste"? Dit is een klassieke twijfelcase. Het antwoord hangt af van de positie van het bijvoeglijk naamwoord in de zin en het woordgeslacht.
De basisregel
Een bijvoeglijk naamwoord krijgt een -e aan het einde (verbogen vorm) wanneer het vóór een zelfstandig naamwoord staat in combinatie met een lidwoord — behalve in één specifiek geval.
Je schrijft juiste bij:
-
de + elk zelfstandig naamwoord: de juiste keuze, de juiste man
-
het + meervoud: de juiste woorden
-
een + de-woord: een juiste opmerking
Je schrijft juist (zonder -e) bij:
-
een + het-woord: een juist antwoord, een juist besluit
-
na het werkwoord (predicatief gebruik): Het antwoord is juist., Dat is juist.
De HET-EEN-truc
Twijfel je? Stel jezelf de vraag: is het een het-woord én staat er "een" voor?
→ Dan geen -e → een juist antwoord
→ In alle andere gevallen wél -e → de juiste keuze, een juiste opmerking
Voorbeelden
✓ De juiste weg inslaan.
✓ Dat is een juist antwoord.
✓ Een juiste diagnose stellen.
✓ Het antwoord is juist.
✗ De juist oplossing (fout — het is: de juiste oplossing)
✗ Een juiste besluit (fout — "besluit" is een het-woord: een juist besluit)
Samenvatting
-
Vóór de-woorden: altijd juiste.
-
Vóór het-woorden met "een": juist (zonder -e).
-
Na een werkwoord (predicatief): juist (zonder -e).
Meer interessante taaltips
Ontdek woorden in het woordenboek
Geschreven door Redactie hetwoordenboek.nl
Laatst bijgewerkt: 27 maart 2026


