Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen

    Dit of dat, deze of die? Zo zit het

    Kies altijd het juiste aanwijzend voornaamwoord met één simpele regel

    Dit of dat, deze of die? Zo zit het

    Dit, dat, deze of die? Deze vier woorden zorgen regelmatig voor verwarring. Toch is de keuze eenvoudig te maken zodra je weet of het om een de-woord of een het-woord gaat, en of het enkelvoud of meervoud betreft.

    De basisregel

    De keuze hangt af van twee factoren: het woordgeslacht (de-woord of het-woord) en het getal (enkelvoud of meervoud).

    Nabij (dit/deze)

    Veraf (dat/die)

    de-woord (enkelvoud)

    deze

    die

    het-woord (enkelvoud)

    dit

    dat

    Meervoud (alle woorden)

    deze

    die

    Dit en dat: alleen bij het-woorden

    Dit en dat gebruik je uitsluitend bij het-woorden in het enkelvoud:

    • dit huis, dit kind, dit probleem

    • dat boek, dat meisje, dat idee

    Het verschil tussen dit en dat is afstand: dit wijst op iets dichtbij, dat op iets verder weg (in ruimte of tijd):

    • Dit boek (hier in mijn hand) is interessant.

    • Dat boek (daar op de plank) heb ik al gelezen.

    Deze en die: bij de-woorden en meervoud

    Deze en die gebruik je bij de-woorden in het enkelvoud én bij alle woorden in het meervoud:

    • deze stoel, deze vrouw, deze dag (de-woord, nabij)

    • die auto, die man, die fout (de-woord, veraf)

    • deze boeken, deze kinderen (meervoud, nabij)

    • die huizen, die ideeën (meervoud, veraf)

    Zelfstandig gebruik

    Soms staan deze woorden zelfstandig — dus zonder zelfstandig naamwoord erna. De regels blijven gelden:

    • Dit is mijn auto. (het-woord of abstracte verwijzing → dit/dat)

    • Dat klopt niet.

    • Deze is mooier dan die. (de-woord → deze/die)

    Let op: bij abstracte uitspraken of als er geen zelfstandig naamwoord volgt, wordt vaak dit of dat gebruikt, ongeacht het woordgeslacht:

    • Dit is een goed idee.

    • Dat begrijp ik niet.

    Veelgemaakte fouten

    • dit huis   ✗ deze huis (huis is een het-woord)

    • deze tafel   ✗ dit tafel (tafel is een de-woord)

    • die kinderen   ✗ dat kinderen (meervoud krijgt altijd die/deze)

    • dat probleem   ✗ die probleem (probleem is een het-woord)

    Sneltruc: de/het-test

    Weet je niet of een woord een de- of het-woord is? Zet er de of het voor en kijk wat klinkt. Of gebruik een woordenboek. Als het een het-woord is → dit/dat. Is het een de-woord → deze/die.

    Samenvatting

    1. Dit / dat: alleen bij het-woorden in het enkelvoud.

    2. Deze / die: bij de-woorden in het enkelvoud én bij alle meervouden.

    3. Dit / deze: verwijzen naar iets dichtbij.

    4. Dat / die: verwijzen naar iets verder weg.

    Delen

    Meer interessante taaltips

    Ontdek woorden in het woordenboek

    Geschreven door Redactie hetwoordenboek.nl

    Laatst bijgewerkt: 8 april 2026